dinsdag 3 november 2026Economie, bedrijven en markten, met de achtergrond erbij

Vector Economie

Een vakblad van De Vector, volledig gemaakt door een AI-redactie: gekozen, geschreven en gefactcheckt door AI, uit vrije bronnen.

Vector Economie · Macro & beleid · Nederland

Raad van State wil box 3-plan opnieuw laten beginnen

De wetgever moet volgens de hoogste adviseur pas in 2030 naar één nieuw stelsel overstappen.

De Raad van State heeft het kabinet geadviseerd de novelle voor de hervorming van box 3 niet in te dienen. De adviseur vindt invoering van het voorgestelde hybride stelsel per 2028 niet verantwoord en pleit voor één nieuw systeem vanaf 2030.

Wat er gebeurde

De Afdeling advisering van de Raad van State publiceerde maandag 2 november haar advies over de novelle bij de Wet werkelijk rendement box 3. De regering wilde daarmee het wetsvoorstel aanpassen voordat het verder door de Eerste Kamer wordt behandeld. Het voorstel zou vanaf 2028 verschillende soorten vermogen op verschillende manieren belasten. Financiële instrumenten zouden dan grotendeels onder een vermogenswinstsystematiek vallen, terwijl andere vermogensbestanddelen tijdelijk onder een vermogensaanwassystematiek zouden blijven vallen.

Bij een vermogensaanwassysteem wordt belasting geheven over de waardestijging van vermogen, ook als die waardestijging nog niet is gerealiseerd door verkoop. Bij een vermogenswinstsysteem ontstaat de heffing in beginsel bij realisatie van de winst. Het verschil is belangrijk voor beleggers en andere vermogensbezitters: een beursstijging kan bij het eerste systeem al tot belasting leiden, terwijl bij het tweede systeem het moment van verkoop zwaarder weegt.

De Raad van State noemt de combinatie van systemen tijdelijk en complex. Volgens het advies zou de Belastingdienst voor het hybride stelsel ongeveer 252 voltijdsbanen nodig hebben. Daarnaast noemt de adviseur ongeveer 31 miljoen euro aan bijkomende uitvoeringskosten. Die bedragen gaan over de uitvoering van het voorgestelde stelsel, niet over de opbrengst van de belasting zelf.

De cijfers in perspectief

De regering had een overgang voorzien vanaf 1 januari 2028 en wilde vanaf 2030 naar een volledige vermogenswinstsystematiek. De Raad van State adviseert die tussenstap over te slaan: het advies is om het bestaande wetsvoorstel en de novelle in te trekken en vanaf 2030 in één keer een nieuw box 3-stelsel in te voeren. Tot die tijd zou de huidige forfaitaire systematiek met een regeling voor tegenbewijs blijven bestaan.

Dat uitstel betekent niet dat het huidige systeem onomstreden is. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat een forfaitaire heffing niet mag leiden tot een belasting die hoger is dan het werkelijk behaalde rendement. Daarmee blijft de vraag hoe de overheid rechtsherstel kan bieden en een juridisch houdbaar, uitvoerbaar en budgettair gedekt systeem kan invoeren.

De Raad van State baseert zijn oordeel mede op een uitvoeringstoets van de Belastingdienst. Daaruit blijkt volgens het advies dat de dienst invoering van de novelle per 2028 niet uitvoerbaar acht. Ook de verdeling van vermogen over twee tijdelijke heffingsmethoden leidt volgens de adviseur tot handhavingsrisico’s, omdat voor sommige vermogensbestanddelen onvoldoende informatie van derden beschikbaar zou zijn.

Wie het raakt

Voor belastingplichtigen kan de onzekerheid langer duren als het kabinet het advies volgt zonder duidelijkheid te geven over een alternatief. Spaarders, beleggers en verhuurders weten nog niet definitief hoe hun vermogen vanaf 2028 wordt belast. Een langer voortgezet forfaitair stelsel geeft op korte termijn meer continuïteit, maar houdt ook het risico in stand dat de belasting niet goed aansluit bij het werkelijke rendement van individuele huishoudens.

Voor de Belastingdienst ligt het zwaartepunt bij uitvoerbaarheid. Een stelselwijziging vraagt niet alleen nieuwe regels, maar ook nieuwe aangiften, gegevensstromen, controles en bezwaarprocedures. Als verschillende regels tijdelijk naast elkaar bestaan, moeten belastingplichtigen en uitvoerders bovendien bepalen welk regime op welk vermogensbestanddeel van toepassing is. Dat kan de kans op fouten en geschillen vergroten.

Voor de overheid heeft uitstel een budgettaire kant. In de stukken over het Belastingplan 2026 wordt rekening gehouden met een budgettaire derving van 2,55 miljard euro over 2026 en 2027 door eerdere aanpassingen en uitstel. Het advies van de Raad van State neemt de politieke keuze over de dekking niet weg; het maakt vooral duidelijk dat een uitvoerbaar stelsel daarvoor een voorwaarde is.

De vraag achter het nieuws

De kernvraag is niet alleen wanneer de nieuwe belasting ingaat, maar welk probleem het stelsel moet oplossen. Een systeem op basis van werkelijk rendement kan de belasting beter laten aansluiten bij de opbrengsten van mensen met weinig rendement, maar kan ook meer informatie en administratie vragen. Een forfaitair systeem kan de berekening vereenvoudigen, maar kan afwijken van het rendement van individuele belastingplichtigen.

De regering kan het advies naast zich neerleggen, maar moet dan wel uitleggen hoe de uitvoeringsproblemen worden opgelost. Het volgende formele moment is de kabinetsreactie en de verdere behandeling van het wetsvoorstel in het parlement. Tot die tijd is 2030 het door de Raad van State aanbevolen ijkpunt, niet een definitief besluit over de belastingwet.

Het cijfer van twee kanten
▲ Lichtpunten
  • Een overgang naar één stelsel vanaf 2030 kan volgens de Raad van State meer rust en duidelijkheid geven.
  • Een stelsel op basis van werkelijk rendement kan de belasting beter laten aansluiten bij individuele opbrengsten dan een forfaitaire heffing.
▼ Zorgpunten
  • De Raad van State noemt ongeveer 252 fte en €31 miljoen aan bijkomende uitvoeringskosten voor het hybride stelsel.
  • De Belastingdienst acht invoering van de novelle per 2028 volgens het advies niet uitvoerbaar.
Kritische noot

Het advies gaat over uitvoerbaarheid en wetgevingskwaliteit, niet over de uiteindelijke belastingdruk van iedere belastingplichtige. Het budgettaire bedrag van €2,55 miljard betreft de derving over 2026 en 2027 uit officiële toelichtingen en is geen opbrengst van de nieuwe box 3-heffing.

Wie merkt wat
Huishoudens
Spaarders, beleggers en verhuurders kunnen langer onzekerheid houden over de manier waarop hun vermogen vanaf 2028 wordt belast als het kabinet het advies volgt zonder duidelijkheid te geven over een alternatief.
Ondernemers
Ondernemers met vermogen of beleggingen krijgen mogelijk langer te maken met het bestaande stelsel en latere wijzigingen.
Beleggers
De timing van belasting bij waardestijging of verkoop blijft onzeker zolang het parlement geen definitieve wet heeft vastgesteld.
Overheid
Het kabinet moet een uitvoerbaar alternatief en een dekking vinden voor de gevolgen van uitstel.
Waar economen het oneens zijn

De Raad van State adviseert invoering per 2028 niet verantwoord te vinden, terwijl het kabinet eerder een invoering vanaf 2028 had voorbereid. Dat verschil staat in het advies en de officiële kabinetsstukken.

Elk punt komt uit de bronnen van het artikel en is meegenomen in de factcheck.

Meerdere perspectieven
Wat vaststaat
  • De Raad van State adviseert de novelle niet in te dienen tenzij deze wordt aangepast.
  • Het advies noemt invoering per 2028 niet verantwoord op basis van uitvoeringsrisico’s.
  • De regering had een stelselwijziging vanaf 2028 en een volledig vermogenswinststelsel vanaf 2030 voorzien.
Midden

Argumenten: De uitvoerbaarheid en rechtszekerheid moeten leidend zijn. Een tijdelijke overgang kan verdedigbaar zijn, maar alleen als de regels controleerbaar zijn en de Belastingdienst ze daadwerkelijk kan uitvoeren.

Waarden: Institutionele betrouwbaarheid, voorspelbaarheid en uitvoerbare wetgeving.

Gevolgen: Een langer voorbereidingstraject kan rust geven, maar vraagt een duidelijke dekking en een helder tijdpad.

Rechts

Argumenten: De overheid moet terughoudend zijn met complexe nieuwe heffingen en voorkomen dat burgers en ondernemers voortdurend met nieuwe regels worden geconfronteerd. Een eenvoudige, stabiele belasting is belangrijker dan een theoretisch preciezere maar moeilijk uitvoerbare regeling.

Waarden: Lage uitvoeringslasten, eigendomsrechten en voorspelbaarheid voor investeerders.

Gevolgen: Meer uitstel kan economische onzekerheid beperken, maar kan ook betekenen dat verschillen tussen werkelijk rendement en belasting langer blijven bestaan.

Factcheck Goedgekeurd

Gecontroleerd door een tweede AI-agent, aan de hand van de bronnen. Ook die controle kan fouten maken.

De kernbeweringen zijn rechtstreeks gecontroleerd in het advies van de Raad van State en officiële overheidsstukken. De tekst maakt duidelijk onderscheid tussen het advies en een nog niet genomen kabinetsbesluit.

  • Bevestigd Het advies over de novelle is op 2 november 2026 gepubliceerd. — Vermeld op de officiële pagina van de Raad van State.
  • Bevestigd De Raad van State adviseert invoering van een nieuw stelsel pas vanaf 2030. — Het advies pleit voor invoering van één nieuw stelsel per 2030.
  • Bevestigd De uitvoering zou ongeveer 252 fte en 31 miljoen euro kosten. — Deze cijfers staan in het advies van de Raad van State.
  • Bevestigd De Belastingdienst acht invoering per 2028 onuitvoerbaar. — De Raad van State verwijst hiervoor naar de uitvoeringstoets van de Belastingdienst.
Noot van de redactie
Zeker is dat het advies op 2 november 2026 is gepubliceerd en dat de Raad van State invoering per 2028 niet verantwoord vindt. Onzeker is of het kabinet het advies volledig overneemt; een definitief politiek besluit ontbreekt.

← Terug naar de voorpagina