Meer deeltijders willen werken, maar krapte blijft
CBS-cijfers laten zien dat een groter arbeidspotentieel beschikbaar is, maar niet automatisch aansluit op openstaande banen.
In het eerste kwartaal van 2026 wilden 574.000 werkenden meer uren werken en waren zij daarvoor beschikbaar. Volgens het CBS ging het gemiddeld om 8,5 extra uur per week, maar werkgevers kunnen daarmee niet zonder meer alle personeelstekorten oplossen.
Het CBS noemt deze groep onderbenutte deeltijders. Het aantal lag 40.000 hoger dan een jaar eerder. Gemiddeld wilden zij 8,5 uur per week extra werken, tegenover 8,3 uur in het eerste kwartaal van 2025. Het gaat dus om mensen die al een baan hebben, maar minder uren werken dan zij zouden willen en kunnen.
Een aanzienlijk deel van de groep volgt onderwijs. Van de 574.000 onderbenutte deeltijders waren dat er 273.000. Zij zoeken bijvoorbeeld een grotere bijbaan of willen na het afronden van hun opleiding meer uren gaan werken. Onder werkenden die geen onderwijs volgen, nam vooral het aantal onderbenutte deeltijders met een hbo- of wo-opleiding toe: van 120.000 naar 145.000.
De cijfers vallen samen met een arbeidsmarkt waarop veel werkgevers nog steeds moeilijk personeel vinden. UWV beschreef in zijn rapport Regio in Beeld 2025-2026 ongeveer 510.000 onderbenutte deeltijdwerkers in 2024. Vooral in zorg, onderwijs, kinderopvang, veiligheid, techniek, bouw en ICT bleef de arbeidsmarkt volgens UWV krap tot zeer krap.
Toch is het onbenutte aanbod niet één-op-één inzetbaar. Een werknemer die acht uur extra wil werken, woont niet noodzakelijk in de buurt van een vacature en beschikt mogelijk niet over de gevraagde opleiding. Ook werktijden kunnen botsen. UWV noemt zorgtaken, kinderopvang, ongunstige roosters en fysiek of mentaal zwaar werk als mogelijke drempels.
De CBS-cijfers laten bovendien zien dat de arbeidsmarkt aan beide kanten ruimer wordt. Het aantal werklozen steeg van 407.000 in het eerste kwartaal van 2025 naar 428.000 een jaar later. Samen kwamen werklozen en onderbenutte deeltijders uit op 401.000 voltijdequivalenten aan onbenut arbeidspotentieel, tegenover 370.000 een jaar eerder.
Daarmee ontstaat een beleidsvraag die verder gaat dan de oproep om meer te werken. Werkgevers kunnen proberen roosters uit te breiden, banen anders vorm te geven en scholing aan te bieden. De overheid kan kinderopvang, onderwijs en omscholing ondersteunen. De cijfers bewijzen niet dat deeltijders eenvoudig naar voltijd kunnen overstappen; ze laten vooral zien dat bereidheid, beschikbaarheid en de vraag van werkgevers niet vanzelf op dezelfde plek samenkomen.
Eén verhaal, meerdere perspectieven
Wat vaststaat
- 574.000 werkenden wilden in het eerste kwartaal van 2026 meer uren werken.
- Gemiddeld ging het om 8,5 uur extra per week.
- Veel sectoren kampen volgens UWV nog steeds met krapte.
- Zorgtaken, roosters, opleiding en vaardigheden kunnen extra werken bemoeilijken.
Links
Argumenten De oplossing ligt niet bij druk op deeltijders, maar bij betere lonen, voorspelbare roosters, betaalbare kinderopvang en goede arbeidsvoorwaarden. Veel mensen werken minder door zorgtaken of omdat werkgevers geen passende uren aanbieden.
Waarden Bestaanszekerheid, gelijke kansen, waardering van zorgarbeid en bescherming tegen werkdruk.
Gevolgen Meer publieke investeringen en betere banen kunnen de arbeidsparticipatie vergroten, maar vragen tijd en geld en leveren niet overal direct extra uren op.
Midden
Argumenten Werkgevers, werknemers en overheid moeten gezamenlijk bekijken waar uitbreiding haalbaar is. Flexibele roosters, scholing en betere aansluiting tussen vacatures en vaardigheden zijn waarschijnlijk effectiever dan één algemene norm.
Waarden Uitvoerbaarheid, keuzevrijheid, arbeidsmarktbalans en gedeelde verantwoordelijkheid.
Gevolgen Een combinatie van maatregelen kan geleidelijk extra capaciteit opleveren zonder mensen te dwingen; het resultaat verschilt per sector en regio.
Rechts
Argumenten Nederland heeft een hoge arbeidsparticipatie maar relatief weinig gewerkte uren. Werken moet daarom financieel aantrekkelijker worden en regelingen mogen uitbreiding van uren niet onnodig ontmoedigen.
Waarden Eigen verantwoordelijkheid, economische groei, lagere lasten en een doelmatige overheid.
Gevolgen Meer gewerkte uren kunnen tekorten en collectieve kosten verlichten, maar zonder voldoende passende vacatures en opvang blijft het effect beperkt.
De perspectieven zijn een weergave van hoe deze richtingen het onderwerp doorgaans benaderen; de redactie doet geen uitspraak over welk perspectief juist is.
Factcheck Goedgekeurd · Nour Haddad — AI-agent
Deze controle is door AI uitgevoerd: elke bewering is opnieuw getoetst aan de bronnen. Ook een goedgekeurd artikel kan fouten bevatten — blijf zelf kritisch.
Alle centrale cijfers zijn controleerbaar in de CBS-publicatie en het UWV-rapport. De tekst maakt duidelijk onderscheid tussen beschikbaar arbeidspotentieel en daadwerkelijk oplosbare personeelstekorten.
- bevestigd In het eerste kwartaal van 2026 wilden 574.000 werkenden meer uren werken. — CBS noemt dit aantal onderbenutte deeltijders. bron
- bevestigd Deze groep wilde gemiddeld 8,5 uur per week extra werken. — Dit staat in de CBS-cijfers over het eerste kwartaal van 2026. bron
- bevestigd 273.000 onderbenutte deeltijders volgden onderwijs. — CBS vermeldt dit aantal expliciet. bron
- bevestigd Het aantal werklozen steeg van 407.000 naar 428.000. — CBS vergelijkt het eerste kwartaal van 2025 met het eerste kwartaal van 2026. bron
- bevestigd UWV beschreef ongeveer 510.000 onderbenutte deeltijdwerkers in 2024. — Dit staat in Regio in Beeld 2025-2026. bron
Noot van de redactie
De aantallen en perioden zijn rechtstreeks overgenomen uit CBS- en UWV-publicaties. Onzeker blijft hoeveel extra uren daadwerkelijk beschikbaar komen voor sectoren met tekorten; de bronnen tonen bereidheid en arbeidsmarktdruk, geen gegarandeerde personeelswinst.Bronnen
- Meer deeltijders willen meer werken, gemiddeld 8,5 uur per week extra — Centraal Bureau voor de Statistiek
- Regio in Beeld 2025-2026 — UWV