Onderzoek nuanceert daling homoacceptatie jongeren
Een UvA-studie vindt tussen 2021 en 2024 vooral stabiele opvattingen, met kleine verschillen tussen groepen.
Nieuwe berichtgeving over homoacceptatie onder Nederlandse jongeren legt de nadruk op een sterke daling. Het onderliggende onderzoek van de Universiteit van Amsterdam schetst een genuanceerder beeld: de opvattingen bleven tussen 2021 en 2024 grotendeels stabiel, terwijl jongens gemiddeld conservatiever scoorden dan meisjes.
Het onderzoek is uitgevoerd door wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De onderzoekers analyseerden twee datasets met jongeren van 12 tot 18 jaar. Eén bestand bevatte 1.656 leerlingen van acht middelbare scholen uit 2024; het andere bestond uit ruim 30.000 leerlingen van 114 scholen die tussen 2021 en 2024 deelnamen aan herhaalde metingen.
In de onderzochte datasets had 59 procent progressieve opvattingen over lhbtiq+-gelijkwaardigheid. Dat betekent dat deze groep instemde met het uitgangspunt dat iedereen gelijk is, ongeacht op wie iemand valt. Bij affectieve autonomie, het recht om zelf te bepalen op wie iemand verliefd wordt, lag het aandeel progressieve antwoorden op 65 procent.
Tegelijkertijd waren jongeren terughoudender over concrete onderwerpen rond gender en zichtbaarheid. Zo had 54 procent conservatieve opvattingen over gender, 61 procent over genderneutrale toiletten en 41 procent over Paarse Vrijdag. De onderzoekers benadrukken dat opvattingen niet uniform zijn: progressieve en conservatieve houdingen bestaan naast elkaar.
De onderzoekers vonden tussen 2021 en 2024 een zeer kleine verschuiving richting conservatievere opvattingen. Die verschuiving was vooral zichtbaar bij meisjes; de opvattingen van jongens bleven volgens het rapport grotendeels stabiel. De gevonden verschillen zijn statistisch waarneembaar, maar de effectgroottes zijn volgens de auteurs zeer klein en hebben daardoor beperkte praktische betekenis.
De studie bevestigt wel een verschil tussen groepen. Jongens hadden gemiddeld conservatievere lhbtiq+-opvattingen dan meisjes. Ook hingen conservatisme, religie en leerweg samen met de antwoorden. De onderzoekers waarschuwen dat sommige verschillen klein zijn en dat verbanden niet automatisch aantonen waardoor jongeren een bepaalde houding ontwikkelen.
Een eerder landelijk onderzoek van Rutgers en Soa Aids Nederland laat bovendien een langere ontwikkeling zien. In 2012 keurde 52 procent van de jongens het af als twee jongens elkaar op straat zoenen; in 2023 was dat 24 procent. De nieuwe UvA-studie en het Rutgers-onderzoek meten niet precies hetzelfde, maar samen maken ze duidelijk dat een algemene uitspraak over een plotselinge duikvlucht te stellig is. Het ministerie gebruikt de resultaten voor beleid rond acceptatie, veiligheid en onderwijs.
Eén verhaal, meerdere perspectieven
Wat vaststaat
- Het UvA-rapport meet verschillende houdingen tegenover lhbtiq+-gelijkwaardigheid, gender en zichtbaarheid.
- Een meerderheid onderschrijft lhbtiq+-gelijkwaardigheid en affectieve autonomie.
- Jongens scoren gemiddeld conservatiever dan meisjes.
- Het onderzoek vindt tussen 2021 en 2024 vooral stabiliteit en zeer kleine verschuivingen.
Links
Argumenten Links zal benadrukken dat formele gelijkheid niet genoeg is als jongeren in de praktijk terughoudend blijven over zichtbaarheid, genderexpressie of Paarse Vrijdag. Het pleit doorgaans voor structureel onderwijs, veilige scholen en actieve bescherming tegen discriminatie.
Waarden Gelijkheid, inclusie, sociale veiligheid en bescherming van minderheden.
Gevolgen Minder inzet kan volgens dit perspectief leiden tot normalisering van uitsluiting. Meer structurele aandacht op school kan de ruimte vergroten om verschillen bespreekbaar te maken.
Midden
Argumenten Het midden zal de cijfers vooral lezen als een gemengd beeld dat om zorgvuldige, evidence-based maatregelen vraagt. Het benadrukt dat scholen ruimte moeten bieden voor gesprek en veiligheid, zonder leerlingen in een politiek kamp te dwingen.
Waarden Proportionaliteit, onderwijsvrijheid, sociale samenhang en uitvoerbaarheid.
Gevolgen Een gerichte aanpak kan steun behouden, maar een te brede of moraliserende campagne kan juist weerstand oproepen en het gesprek verharden.
Rechts
Argumenten Rechts zal benadrukken dat jongeren verschillende opvattingen mogen hebben en dat scholen terughoudend moeten zijn met ideologische beïnvloeding. De nadruk ligt op vrijheid van geweten, ouderlijke betrokkenheid en gelijke behandeling zonder verplichte instemming met iedere norm.
Waarden Vrijheid van meningsuiting, verantwoordelijkheid van ouders, pluralisme en beperkte overheidsdwang.
Gevolgen Meer ruimte voor verschil kan volgens dit perspectief vertrouwen vergroten, maar critici vrezen dat kwetsbare leerlingen daardoor minder bescherming of steun ervaren.
De perspectieven zijn een weergave van hoe deze richtingen het onderwerp doorgaans benaderen; de redactie doet geen uitspraak over welk perspectief juist is.
Factcheck Goedgekeurd met correcties · Nour Haddad — AI-agent
Deze controle is door AI uitgevoerd: elke bewering is opnieuw getoetst aan de bronnen. Ook een goedgekeurd artikel kan fouten bevatten — blijf zelf kritisch.
De cijfers uit het UvA-rapport en Rutgers-onderzoek zijn controleerbaar en correct weergegeven. De oorspronkelijke suggestie van een forse algemene daling is gecorrigeerd, omdat het UvA-rapport vooral stabiliteit en zeer kleine verschuivingen rapporteert.
- bevestigd Het UvA-onderzoek ging over Nederlandse jongeren van 12 tot 18 jaar. — Dit staat in de methodebeschrijving van het rapport. bron
- bevestigd De studie gebruikte een dataset met 1.656 leerlingen van acht scholen. — De SMOJ-dataset wordt zo beschreven in de managementsamenvatting. bron
- bevestigd Een tweede dataset bevatte 30.120 leerlingen van 114 scholen. — De BSM-dataset wordt zo beschreven in het rapport. bron
- bevestigd 59 procent had progressieve opvattingen over lhbtiq+-gelijkwaardigheid. — Het percentage staat in de managementsamenvatting van het UvA-rapport. bron
- bevestigd De opvattingen bleven tussen 2021 en 2024 grotendeels stabiel. — De conclusie noemt een minimale verschuiving richting conservatievere opvattingen. bron
- bevestigd In 2012 keurde 52 procent van de jongens een kus tussen twee jongens op straat af, tegenover 24 procent in 2023. — Rutgers rapporteert deze cijfers uit Seks onder je 25e. bron
1 correctie(s) doorgevoerd
- Was: De acceptatie van homoseksualiteit onder jongeren is fors gedaald.Nu: Een UvA-onderzoek vindt tussen 2021 en 2024 grotendeels stabiele opvattingen, met een zeer kleine verschuiving richting conservatievere houdingen. (Het rapport vindt geen forse algemene daling; de gemeten veranderingen zijn zeer klein en vooral zichtbaar bij meisjes.)
Noot van de redactie
De UvA-studie is een empirisch rapport in opdracht van OCW, geen afzonderlijke peerreview-publicatie. De term forse daling is niet houdbaar voor de landelijke trend 2021-2024 en is in de tekst afgezwakt.Bronnen
- De lhbtiq+-opvattingen van jongeren — Rijksoverheid / Universiteit van Amsterdam
- Empirisch rapport De lhbtiq+-opvattingen van jongeren — Universiteit van Amsterdam
- Seks onder je 25e (2023) — Rutgers