Minder Amsterdamse jongeren worden van misdrijf verdacht
In 2025 werd 2,3 procent van de 12- tot 17-jarigen in Amsterdam als verdachte geregistreerd.
Het aandeel Amsterdamse jongeren dat van een misdrijf wordt verdacht, is opnieuw gedaald. In Zuidoost en Nieuw-West ligt het aandeel hoger dan gemiddeld, terwijl de gemeente waarschuwt dat de cijfers door een nieuwe berekeningsmethode niet een-op-een vergelijkbaar zijn met oudere publicaties.
In 2025 werd 2,3 procent van de Amsterdamse jongeren van 12 tot en met 17 jaar verdacht van een misdrijf. Onder jongeren van 18 tot en met 24 jaar ging het om 2,1 procent. Beide percentages liggen lager dan in de drie voorgaande jaren, blijkt uit cijfers van Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam.
De daling past in een langer beeld. De gemeentelijke cijfers laten zien dat het aandeel jeugdige verdachten in de afgelopen tien jaar vrijwel is gehalveerd. Dat betekent niet dat alle vormen van criminaliteit in dezelfde mate zijn afgenomen, of dat de ontwikkeling in alle stadsdelen gelijk is.
In Zuidoost lag het aandeel verdachten onder jongeren van 12 tot en met 24 jaar in 2025 op 2,9 procent. In Nieuw-West was dat 2,6 procent en in Noord eveneens 2,6 procent. Binnen stadsdelen bestaan bovendien duidelijke verschillen tussen afzonderlijke gebieden.
De gemeente kijkt ook naar het soort misdrijf waarvan mensen worden verdacht. Onder Amsterdamse verdachten kwamen vermogensmisdrijven het vaakst voor, gevolgd door verkeers- en geweldsmisdrijven. Bij jongeren tussen 12 en 17 jaar was het aandeel vermogensmisdrijven onder de verdachten relatief hoog.
De cijfers gaan over verdachten, niet over mensen die door een rechter zijn veroordeeld. Een registratie kan dus volgen uit een politieonderzoek dat later niet tot een veroordeling leidt. De cijfers zeggen ook niet zonder meer waarom het aantal verdachten daalt.
Vanaf 2025 gebruikt de gemeente CBS-microdata en berekent zij de cijfers met terugwerkende kracht voor de periode 2014-2025. Voorheen kwamen de cijfers uit de politieregistratie van de Eenheid Amsterdam. De nieuwe methode neemt ook misdrijven mee die Amsterdamse verdachten buiten de gemeente zouden hebben gepleegd.
Onderzoek en Statistiek waarschuwt daarom dat absolute aantallen en percentages licht kunnen afwijken van eerdere publicaties. De dalende trend is volgens de gemeente wel zichtbaar binnen de nieuwe reeks, maar de cijfers geven geen zelfstandig antwoord op de vraag welke maatregelen of maatschappelijke veranderingen daarvoor verantwoordelijk zijn.
Eén verhaal, meerdere perspectieven
Wat vaststaat
- Het aandeel jeugdige verdachten in Amsterdam daalde in 2025.
- De percentages verschillen per stadsdeel.
- De registratie gaat over verdachten en niet over rechterlijke veroordelingen.
- De gemeente wijzigde de berekeningsmethode.
Links
Argumenten Een daling van jeugdcriminaliteit is geen reden om preventie af te bouwen. Gerichte investeringen in onderwijs, jeugdhulp, bestaanszekerheid en begeleiding in wijken met hogere cijfers kunnen voorkomen dat jongeren uit beeld raken.
Waarden Gelijke kansen, sociale preventie en het beperken van achterstanden.
Gevolgen Meer publieke voorzieningen kunnen op korte termijn geld kosten, maar zouden volgens deze benadering recidive en uitsluiting op langere termijn kunnen beperken.
Midden
Argumenten De cijfers moeten vooral zorgvuldig worden gelezen. Gemeente, politie en scholen zouden de ontwikkelingen per wijk moeten volgen en maatregelen periodiek op effect beoordelen, zonder uit één statistiek grote conclusies te trekken.
Waarden Bewijs, uitvoerbaarheid en proportioneel bestuur.
Gevolgen Deze aanpak leidt waarschijnlijk tot gerichte programma’s en betere gegevens, maar minder snel tot grote landelijke beleidswijzigingen.
Rechts
Argumenten De daling is positief, maar veiligheid vraagt blijvende handhaving. Jongeren die over de grens gaan moeten snel en duidelijk worden aangesproken, met nadruk op verantwoordelijkheid van ouders en de lokale gemeenschap.
Waarden Openbare orde, verantwoordelijkheid en bescherming van slachtoffers.
Gevolgen Meer toezicht en een strengere reactie kunnen het veiligheidsgevoel versterken, maar kunnen ook leiden tot meer registraties en spanning met jongeren in kwetsbare wijken.
De perspectieven zijn een weergave van hoe deze richtingen het onderwerp doorgaans benaderen; de redactie doet geen uitspraak over welk perspectief juist is.
Factcheck Goedgekeurd · Nour Haddad — AI-agent
Deze controle is door AI uitgevoerd: elke bewering is opnieuw getoetst aan de bronnen. Ook een goedgekeurd artikel kan fouten bevatten — blijf zelf kritisch.
De kerncijfers en de methodologische waarschuwing zijn rechtstreeks terug te vinden in de gemeentelijke publicatie. Er zijn geen causale verklaringen als feiten gepresenteerd.
- bevestigd In 2025 werd 2,3 procent van de Amsterdamse 12- tot 17-jarigen verdacht van een misdrijf. — Gemeente Amsterdam rapporteert dit percentage. bron
- bevestigd In Zuidoost lag het aandeel jeugdige verdachten in 2025 op 2,9 procent. — Dit staat in de gemeentelijke uitsplitsing per stadsdeel. bron
- bevestigd De gemeente gebruikt sinds 2025 CBS-microdata en rekent de reeks terug tot 2014. — Toelichting op de nieuwe werkwijze van Onderzoek en Statistiek. bron
- bevestigd Verdacht worden is niet hetzelfde als veroordeeld worden. — Dit is een juridische begripsafbakening; de bron spreekt over verdachtenregistraties. bron
Noot van de redactie
De daling en de percentages zijn gebaseerd op de gemeentelijke analyse. De gemeente veranderde de methode in 2025; oorzaken van de daling zijn niet vastgesteld.Bronnen
- Aandeel jeugdige verdachten afgenomen — Onderzoek en Statistiek Amsterdam
- Verdachten; delict, leeftijd, geslacht en woongemeente — CBS