Bijna de helft ervaart sociale overlast in eigen buurt
Vooral rondhangende jongeren worden genoemd, met duidelijke verschillen tussen stedelijke en niet-stedelijke buurten.
Bijna de helft van de Nederlanders zegt in 2025 met een of meer vormen van sociale overlast in de buurt te maken te hebben gehad. Rondhangende jongeren vormen volgens de Veiligheidsmonitor de meest genoemde categorie.
Uit de Veiligheidsmonitor 2025 van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat 46 procent van de ondervraagden ten minste één vorm van sociale overlast ervaart. Het gaat onder meer om overlast door rondhangende jongeren, buurtbewoners, drugsgebruik en dronkenschap, en om het lastigvallen van mensen op straat.
Rondhangende jongeren worden het vaakst genoemd: 26 procent zegt daar enige of veel overlast van te ervaren. Bij 7,1 procent gaat het om veel overlast. Overlast door buurtbewoners volgt met 20 procent; 4,9 procent noemt die overlast ernstig.
De cijfers gaan over de beleving van inwoners van vijftien jaar en ouder. Ze zijn daarmee iets anders dan politieregistraties of gemeentelijke meldingen. Een stijging van de ervaren overlast bewijst niet automatisch dat er meer strafbare feiten zijn gepleegd of dat een specifieke groep jongeren meer delicten veroorzaakt.
De ervaren overlast verschilt sterk per woonomgeving. In zeer sterk stedelijke buurten zegt 24,4 procent veel sociale overlast te ervaren. In niet-stedelijke buurten is dat 5,8 procent. Ook bij andere vormen van overlast zijn de verschillen tussen stad en platteland groot.
Volgens het CBS is het aandeel mensen dat veel sociale overlast ervaart tussen 2023 en 2025 toegenomen. Voor langjarige vergelijkingen houdt het bureau rekening met veranderingen in de vragenlijst, onder meer omdat ‘verwarde personen’ later aan de categorie sociale overlast is toegevoegd.
De cijfers zeggen niet welke aanpak het beste werkt. Gemeenten gebruiken daarvoor verschillende instrumenten: toezicht en handhaving, jeugdwerk, betere verlichting en inrichting van de openbare ruimte, en soms gebiedsverboden of andere maatregelen. Elk instrument heeft een andere werking en raakt ook inwoners die zelf geen overlast veroorzaken.
De uitkomsten laten vooral zien dat sociale overlast breed wordt ervaren. Bewoners willen dat hun buurt rustig en veilig is, terwijl jongeren ruimte nodig hebben om elkaar te ontmoeten zonder meteen als probleemgroep te worden behandeld. Effectief beleid zal daarom onderscheid moeten maken tussen hinder, normoverschrijding en strafbaar gedrag.
Eén verhaal, meerdere perspectieven
Wat vaststaat
- 46 procent ervaart een of meer vormen van sociale overlast.
- Rondhangende jongeren zijn de meest genoemde vorm van sociale overlast.
- Ervaren overlast komt vaker voor in sterk stedelijke buurten.
- De cijfers meten beleving, niet rechtstreeks het aantal strafbare feiten.
Links
Argumenten De aanpak moet vooral investeren in jongerenwerk, voorzieningen en publieke ruimte. Handhaving zonder perspectief kan problemen verplaatsen en jongeren verder uitsluiten.
Waarden Gelijke kansen, preventie en inclusie.
Gevolgen Een sociale aanpak kan vertrouwen en samenhang versterken, maar vraagt tijd en voorkomt niet ieder incident op korte termijn.
Midden
Argumenten Gemeenten moeten onderscheid maken tussen hinder en criminaliteit en per buurt een combinatie van toezicht, jeugdwerk en praktische verbeteringen inzetten.
Waarden Proportionaliteit, leefbaarheid en bestuurlijke uitvoerbaarheid.
Gevolgen Maatwerk kan effectiever zijn dan een landelijke standaard, maar leidt tot verschillen tussen gemeenten.
Rechts
Argumenten Bewoners mogen verwachten dat de overheid overlast snel begrenst. Zichtbare handhaving en consequente sancties zijn nodig wanneer waarschuwingen niet werken.
Waarden Openbare orde, verantwoordelijkheid en bescherming van bewoners.
Gevolgen Strenger optreden kan de rust snel herstellen, maar kan ook spanningen vergroten als groepen jongeren collectief worden benaderd.
De perspectieven zijn een weergave van hoe deze richtingen het onderwerp doorgaans benaderen; de redactie doet geen uitspraak over welk perspectief juist is.
Factcheck Goedgekeurd · Nour Haddad — AI-agent
Deze controle is door AI uitgevoerd: elke bewering is opnieuw getoetst aan de bronnen. Ook een goedgekeurd artikel kan fouten bevatten — blijf zelf kritisch.
De genoemde percentages, definities en stedelijke verschillen zijn rechtstreeks gecontroleerd in de Veiligheidsmonitor 2025. De tekst maakt expliciet onderscheid tussen ervaren overlast en geregistreerde criminaliteit.
- bevestigd 46 procent ervaart een of meer vormen van sociale overlast. — Dit percentage staat in de samenvatting en het hoofdstuk over sociale overlast. bron
- bevestigd Rondhangende jongeren worden door 26 procent genoemd en 7,1 procent ervaart daarvan veel overlast. — De CBS-tabel vermeldt beide percentages. bron
- bevestigd Veel sociale overlast wordt gemeld door 24,4 procent in zeer sterk stedelijke buurten en 5,8 procent in niet-stedelijke buurten. — Deze cijfers staan in de uitsplitsing naar stedelijkheid. bron
- bevestigd De Veiligheidsmonitor meet ervaren overlast en niet automatisch strafbare feiten. — De onderzoeksopzet en vraagformulering gaan over wat inwoners in hun buurt ervaren. bron
Noot van de redactie
De percentages en stedelijkheidsverschillen komen uit de CBS-Veiligheidsmonitor. De monitor meet ervaren overlast en geen volledige politieregistratie; oorzaken en effectieve beleidsmaatregelen zijn op basis van deze cijfers niet vast te stellen.Bronnen
- Veiligheidsmonitor 2025 — Centraal Bureau voor de Statistiek