Leesprestaties dalen in voortgezet onderwijs
De Onderwijsinspectie ziet stabielere resultaten in het basisonderwijs, maar aanhoudende achteruitgang bij oudere leerlingen.
De leesvaardigheid, woordenschat en rekenprestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs blijven dalen. Dat schrijft de Onderwijsinspectie in De Staat van het Onderwijs 2026, waarin ook grote verschillen tussen regio’s en scholen worden beschreven.
De Onderwijsinspectie schetst geen uniforme ontwikkeling voor alle leeftijden. In het basisonderwijs zijn de resultaten voor taal en rekenen volgens de inspectie redelijk stabiel en liggen ze weer rond het niveau van voor de coronapandemie. In het voortgezet onderwijs blijven de prestaties op leesvaardigheid, woordenschat en wiskunde daarentegen dalen.
De inspectie noemt ook het mbo. Een derde van de mbo-studenten op niveau 2 is volgens haar niet taalvaardig genoeg om zich zelfstandig te redden. Daarnaast verlaten in het voortgezet onderwijs en het mbo te veel studenten hun opleiding zonder diploma.
De cijfers betekenen niet dat iedere leerling slechter presteert. De inspectie benadrukt juist grote verschillen tussen scholen en regio’s. De plaats waar een kind opgroeit beïnvloedt nog vaak de schoolloopbaan en de kansen om op een passende onderwijsplek terecht te komen.
Die verschillen zijn onder meer zichtbaar bij het bijstellen van schooladviezen. Wanneer de doorstroomtoets een hoger niveau laat zien dan het voorlopige advies, moet een school het advies in beginsel bijstellen, tenzij dat niet in het belang van de leerling is. De inspectie noemt grote regionale verschillen in hoe vaak dat gebeurt.
De gevolgen voor de arbeidsmarkt zijn niet eenvoudig in één cijfer uit te drukken. Leesvaardigheid is een basis voor vervolgonderwijs, beroepsopleidingen en het verwerken van informatie op het werk. De inspectie waarschuwt dat zwakke basisvaardigheden de overgang naar het vervolgonderwijs en de arbeidsmarkt kunnen bemoeilijken, maar schrijft niet dat iedere leerling met lage scores automatisch zonder werk komt te zitten.
Nederland heeft meerdere meetinstrumenten voor taal en lezen, die niet allemaal hetzelfde meten. PIRLS richt zich bijvoorbeeld op leerlingen in groep zes en wordt elke vijf jaar uitgevoerd. De volgende meting vindt in 2026 plaats; de resultaten worden in 2027 verwacht. Die toekomstige meting kan nieuwe informatie geven over het basisonderwijs, maar zegt niet direct iets over de huidige daling in het voortgezet onderwijs.
De inspectie legt de verantwoordelijkheid niet bij één oorzaak. Zij wijst op verschillen in kwaliteitszorg, schoolleiding, onderwijspraktijk en omstandigheden rond leerlingen. Het kabinet noemt basisvaardigheden een prioriteit, maar de vraag welke aanpak het meest werkt blijft onderwerp van onderwijsbeleid en professioneel debat.
De ontwikkeling vraagt daarom om meer dan alleen hogere toetscijfers. Scholen moeten zicht krijgen op de beheersing van taal en rekenen, terwijl bestuurders en overheid voorwaarden moeten scheppen voor goed onderwijs. De inspectie signaleert een probleem; de keuze tussen curriculumverandering, extra ondersteuning, bijscholing of andere maatregelen ligt bij de politiek en het onderwijsveld.
Eén verhaal, meerdere perspectieven
Wat vaststaat
- De inspectie meldt dalende prestaties in het voortgezet onderwijs.
- Er zijn grote verschillen tussen scholen en regio’s.
- De overheid noemt basisvaardigheden een prioriteit.
Links
Argumenten Een linkse benadering zal benadrukken dat verschillen in thuissituatie, armoede, schoolsegregatie en toegang tot ondersteuning zwaar meewegen. Extra publieke middelen en kleinere klassen zouden volgens deze visie nodig zijn om kansen gelijker te maken.
Waarden Gelijke kansen, sociale rechtvaardigheid en publieke verantwoordelijkheid staan centraal.
Gevolgen Zonder extra steun dreigt de onderwijsachterstand zich te vertalen in ongelijke toegang tot vervolgonderwijs en werk.
Midden
Argumenten De institutionele benadering zoekt een combinatie van duidelijke landelijke doelen, professionele ruimte voor scholen en betere kwaliteitszorg. Zij zal vooral willen weten welke aanpak op welke school aantoonbaar werkt.
Waarden Onderwijskwaliteit, uitvoerbaarheid en gelijke basisnormen wegen samen.
Gevolgen Een gerichte aanpak kan effectiever zijn dan één landelijke maatregel, maar vraagt tijd, goede gegevens en stabiele schoolleiding.
Rechts
Argumenten Een rechtse benadering zal de nadruk leggen op heldere kennisdoelen, discipline, meetbare resultaten en de verantwoordelijkheid van scholen en ouders om basisvaardigheden centraal te stellen.
Waarden Prestaties, verantwoordelijkheid en voorbereiding op werk staan voorop.
Gevolgen Meer nadruk op toetsen en kernvakken kan resultaten verbeteren, maar kan volgens critici ten koste gaan van brede ontwikkeling of leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.
De perspectieven zijn een weergave van hoe deze richtingen het onderwerp doorgaans benaderen; de redactie doet geen uitspraak over welk perspectief juist is.
Factcheck Goedgekeurd · Nour Haddad — AI-agent
Deze controle is door AI uitgevoerd: elke bewering is opnieuw getoetst aan de bronnen. Ook een goedgekeurd artikel kan fouten bevatten — blijf zelf kritisch.
De onderwijsbevindingen zijn gebaseerd op de Onderwijsinspectie en OCW. De tekst voorkomt dat algemene trends worden gepresenteerd als voorspellingen over individuele leerlingen.
- bevestigd Leesvaardigheid, woordenschat en wiskundeprestaties dalen in het voortgezet onderwijs. — Expliciet genoemd door de Onderwijsinspectie. bron
- bevestigd De resultaten voor taal en rekenen in het basisonderwijs zijn redelijk stabiel. — Expliciet genoemd in de toespraak van de inspectie. bron
- bevestigd Een derde van de mbo-studenten op niveau 2 is niet taalvaardig genoeg om zich zelfstandig te redden. — Genoemd door de Onderwijsinspectie. bron
- bevestigd De volgende PIRLS-meting vindt in 2026 plaats en resultaten worden in 2027 verwacht. — Bevestigd door OCW in cijfers. bron
Noot van de redactie
De inspectie bevestigt dalende prestaties in het voortgezet onderwijs en verschillen tussen scholen en regio’s. De relatie met arbeidsmarktkansen is een risico en beleidsvraag, geen exacte voorspelling voor individuele leerlingen.Bronnen
- Speech De Staat van het Onderwijs 2026 — Inspectie van het Onderwijs
- De Staat van het Onderwijs 2026 — Inspectie van het Onderwijs
- Progress in International Reading Literacy Study — OCW in cijfers
- Reactie Staat van het Onderwijs — Rijksoverheid