Museumkaart bereikt recordaantal kaarthouders
In 2025 groeide het aantal kaarthouders naar ruim 1,54 miljoen en steeg het bezoek van kaarthouders opnieuw.
De Museumkaart telde eind 2025 1.540.188 kaarthouders, het hoogste aantal ooit. Kaarthouders brachten samen meer dan 9,7 miljoen bezoeken aan deelnemende musea, blijkt uit cijfers van de Museumvereniging.
De groei betekent een stijging van 3,2 procent ten opzichte van eind 2024. Ook het aantal museumbezoeken door kaarthouders lag hoger dan een jaar eerder. In 2024 waren dat er ruim 9,5 miljoen; in 2023 lag het aantal volgens de Museumvereniging boven de 9,4 miljoen.
De Museumkaart kost momenteel 75 euro voor volwassenen en 39 euro voor jongeren tot en met 18 jaar. De inkomsten uit de verkoop worden verdeeld over aangesloten musea, op basis van bezoeken en toegangsprijzen. Daarmee is de kaart niet alleen een publieksinstrument, maar ook een financieringsmechanisme binnen de sector.
Een kaarthouder bezocht in 2025 gemiddeld 6,46 keer een museum. Volgens onderzoek in opdracht van de Museumvereniging bezoeken mensen met een kaart bijna drie keer zo vaak een museum als mensen zonder kaart. Dat onderzoek laat een verband zien, maar bewijst op zichzelf niet dat alleen de kaart het verschil veroorzaakt.
Voor musea buiten de grote steden is de kaart relatief belangrijk. De Museumvereniging zegt dat een aanzienlijk deel van hun bezoekers uit kaarthouders bestaat. Dat kan instellingen helpen om een breed publiek te bereiken, maar maakt hen ook afhankelijker van de verdeelsleutel en van de manier waarop mensen hun kaart gebruiken.
De groei gaat samen met een digitale verandering. In 2025 werd de digitale Museumkaart als app gelanceerd. Eind dat jaar waren er ongeveer 500.000 digitale kaarten, circa een derde van het totaal. De app moet het gebruik eenvoudiger maken en bevat maatregelen om het doorgeven van een persoonlijke kaart tegen te gaan.
De cijfers moeten wel in de tijd worden geplaatst. De Museumvereniging meldde eerder dat het totale museumbezoek in 2024 dicht bij het niveau van vóór de coronacrisis lag, maar nog niet volledig op het niveau van 2019 lag. Een record voor de Museumkaart betekent dus niet automatisch dat elk museum of elke regio dezelfde groei ziet.
De nieuwe cijfers wijzen vooral op een sterke positie van de Museumkaart binnen het Nederlandse museumstelsel. Ze zeggen minder over de financiële gezondheid van afzonderlijke instellingen. Die hangt ook af van eigen kaartverkoop, subsidies, horeca, winkelinkomsten, tentoonstellingen en de verdeling van bezoekers over groot en klein.
Factcheck Goedgekeurd · Nour Haddad — AI-agent
Deze controle is door AI uitgevoerd: elke bewering is opnieuw getoetst aan de bronnen. Ook een goedgekeurd artikel kan fouten bevatten — blijf zelf kritisch.
De cijfers over kaarthouders, bezoeken en de digitale kaart zijn rechtstreeks gecontroleerd bij de Museumvereniging. De bredere context over het totale museumbezoek is bevestigd door NOS en de museumcijfers van de vereniging.
- bevestigd Eind 2025 waren er 1.540.188 Museumkaarthouders. — Genoemd in de publicatie van de Museumvereniging. bron
- bevestigd Kaarthouders brachten in 2025 meer dan 9,7 miljoen bezoeken. — Genoemd in dezelfde publicatie. bron
- bevestigd De digitale kaart had ongeveer 500.000 gebruikers eind 2025. — De Museumvereniging noemt dit ongeveer 33 procent van het totaal. bron
- bevestigd Het totale museumbezoek in 2024 lag nog onder het niveau van 2019. — Dit blijkt uit de museumcijfers 2024 van de Museumvereniging. bron
Noot van de redactie
De cijfers over 2025 komen van de Museumvereniging en zijn deels sectorcijfers van de brancheorganisatie zelf. De tekst vermeldt daarom geen causale conclusie over de werking van de kaart.Bronnen
- Succes Museumkaart zet onverminderd door — Museumvereniging
- Museumkaart populairder, vooral bij mensen van 45 of jonger — NOS
- Museumcijfers 2024 — Museumvereniging