Acceptatie lhbtiqa+ stagneert, vooral trans personen verliezen terrein
Een nieuwe monitor laat zien dat positieve opvattingen over verschillende groepen sinds 2024 zijn afgenomen.
De volgredacteur houdt het voor je bij
De maatschappelijke acceptatie van lhbtiqa+-personen is in Nederland niet verder gestegen en bij sommige groepen afgenomen. Vooral transgender, non-binaire en intersekse personen krijgen minder positieve beoordelingen dan twee jaar geleden.
Dat blijkt uit de Lhbtiqa+ monitor 2026 van Panteia, Movisie en Ipsos I&O, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De onderzoekers combineerden een online vragenlijst met focusgroepen en gegevens uit eerdere bevolkingsonderzoeken.
De meerderheid van de ondervraagden staat nog steeds positief tegenover alle onderzochte groepen. Toch daalde het aandeel dat positief staat tegenover transgender personen volgens de monitor van 66 procent in 2024 naar 63 procent in 2026. Bij non-binaire personen ging het aandeel van 54 naar 52 procent en bij intersekse personen van 68 naar 66 procent.
Ook over transgender vrouwen zijn de opvattingen negatiever geworden. Het aandeel respondenten met een negatieve houding steeg volgens de rapportage van 29 procent in 2024 naar 35 procent in 2026. De onderzoekers waarschuwen tegelijk dat algemene percentages verschillen tussen groepen en niet automatisch iets zeggen over de houding van iedere afzonderlijke leeftijdsgroep.
De monitor beschrijft daarnaast concrete ervaringen van lhbtiqa+-personen. Mensen uit veel van deze groepen geven aan vaker discriminatie, online haatreacties of beperkingen in hun zichtbaarheid te ervaren dan mensen die niet tot de onderzochte groepen behoren. Vooral non-binaire, transgender en intersekse personen rapporteren een minder gunstige positie.
De onderzoekers schrijven niet dat de Nederlandse bevolking als geheel plotseling negatief is geworden. Voor homoseksuele en lesbische personen bleef de meerderheid positief, terwijl op sommige punten vooral de neutrale groep groter werd. De belangrijkste conclusie is dat eerdere vooruitgang niet vanzelf doorzet en dat kennis over sommige groepen beperkt blijft.
Belangenorganisaties COC Nederland en Transgender Netwerk noemen de ontwikkeling zorgelijk en vragen aandacht van scholen, overheid, zorginstellingen en socialemediaplatforms. De monitor doet zelf geen uitspraak over één oorzaak van de verandering. Mogelijke verklaringen, zoals politieke polarisatie, online discussies en verschillen tussen generaties, moeten afzonderlijk worden onderzocht.
Eén verhaal, meerdere perspectieven
Wat vaststaat
- De monitor laat afname zien bij positieve opvattingen over transgender, non-binaire en intersekse personen.
- De meerderheid van de respondenten blijft positief tegenover de onderzochte groepen.
- Lhbtiqa+-personen rapporteren vaker discriminatie en online haatreacties.
Links
Argumenten De cijfers laten zien dat formele gelijkheid niet genoeg is. Overheid, onderwijs en platforms moeten actief discriminatie tegengaan en ruimte maken voor zichtbaarheid en bescherming.
Waarden Gelijke rechten, inclusie en bescherming van minderheden.
Gevolgen Meer voorlichting en handhaving kosten capaciteit, maar kunnen sociale uitsluiting en onveiligheid verminderen.
Midden
Argumenten De monitor vraagt om beleid dat op bewijs is gebaseerd. Scholen en instellingen moeten discriminatie aanpakken, maar ook zorgvuldig omgaan met verschillen tussen groepen en met onzekerheid in de cijfers.
Waarden Feitelijkheid, proportionaliteit en sociale samenhang.
Gevolgen Gerichte programma’s kunnen effectiever zijn dan brede campagnes, maar vragen tijd om resultaat te meten.
Rechts
Argumenten De staat moet discriminatie bestrijden, maar sociale opvattingen veranderen niet door voorschriften alleen. Het debat moet ruimte houden voor gewetensvrijheid en verschillen van mening, zolang bedreiging en uitsluiting worden aangepakt.
Waarden Vrijheid van meningsuiting, persoonlijke verantwoordelijkheid en rechtsgelijkheid.
Gevolgen Een te moraliserende aanpak kan weerstand versterken; een te terughoudende aanpak kan kwetsbare groepen onvoldoende beschermen.
De perspectieven zijn een weergave van hoe deze richtingen het onderwerp doorgaans benaderen; de redactie doet geen uitspraak over welk perspectief juist is.
Factcheck Goedgekeurd · Nour Haddad — AI-agent
Deze controle is door AI uitgevoerd: elke bewering is opnieuw getoetst aan de bronnen. Ook een goedgekeurd artikel kan fouten bevatten — blijf zelf kritisch.
De genoemde percentages en onderzoeksopzet zijn terug te vinden in de monitor en de toelichting van COC Nederland. Causale verklaringen zijn bewust niet als vaststaand feit gepresenteerd.
- bevestigd De Lhbtiqa+ monitor 2026 is uitgevoerd door Panteia, Movisie en Ipsos I&O in opdracht van OCW. — Genoemd op de publicatiepagina van Movisie. bron
- bevestigd Positieve houding tegenover transgender personen daalde van 66 naar 63 procent. — Genoemd in de toelichting van COC Nederland. bron
- bevestigd Een negatieve houding tegenover transgender vrouwen steeg van 29 naar 35 procent. — Genoemd in de toelichting van COC Nederland. bron
Noot van de redactie
De cijfers komen uit de nieuwe monitor en zijn door Movisie en COC gepubliceerd. De monitor toont verschillen tussen groepen, maar bewijst geen enkele oorzaak voor de veranderingen.Bronnen
- Lhbtiqa+ monitor 2026 — Movisie
- Lhbtiqa+ acceptatie in Nederland stagneert — COC Nederland
- Acceptance of LGBTQIA+ people stalls or declines in the Netherlands — NL Times
Meer hierover bij andere media
- RTL Nieuws — „lhbtiqa+ acceptatie”
- NOS — „lhbtiqa+ acceptatie”
- Het Parool — „lhbtiqa+ acceptatie”