Meer starters grijpen naar extra lening voor eerste huis
Het aandeel starters dat een starterslening gebruikt, steeg in de eerste helft van 2026 naar 8,3 procent.
De volgredacteur houdt het voor je bij
Steeds meer Nederlandse koopstarters hebben een starterslening nodig om hun eerste woning te kunnen betalen. Volgens het Kadaster gebruikte 8,3 procent van de starters zo’n aanvullende lening in de eerste helft van 2026, tegen 6,4 procent een jaar eerder.
De starterslening overbrugt het verschil tussen de maximale hypotheek die iemand bij een bank kan krijgen en de prijs van de woning. Gemeenten bieden de lening aan via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten. De lening is bedoeld voor mensen die voor het eerst een woning kopen en daarvoor net tekortkomen.
Het Kadaster registreerde in de eerste helft van 2026 bij 8,3 procent van de hypotheken voor starters ook een starterslening. In dezelfde periode van 2025 was dat 6,4 procent; in de eerste helft van 2021 ging het om 3,2 procent. Vooral kopers tot 25 jaar maken ervan gebruik: in die groep had 15,2 procent een starterslening. Onder starters van 25 tot 35 jaar was dat 8,6 procent.
De gemiddelde starterslening bedroeg ongeveer 37.000 euro, tegenover 35.700 euro een jaar eerder. Dat betekent niet automatisch dat starters daardoor goedkoper uit zijn. De gemiddelde lening ten opzichte van de woningwaarde lag bij aankopen met een starterslening rond 94 procent. Voor alle starters samen was dat 91,5 procent.
Het Kadaster ziet tegelijkertijd dat de totale hypotheekmarkt aantrok. In de eerste helft van 2026 werden bijna 217.000 nieuwe hypotheken afgesloten, 5 procent meer dan een jaar eerder. Het totale hypotheekbedrag kwam uit op 84,8 miljard euro, 8 procent meer dan in de eerste helft van 2025.
De cijfers laten vooral zien dat gemeenten een bestaand instrument vaker gebruiken in een markt waarin woningen voor starters relatief duur blijven in verhouding tot hun inkomen. Ze bewijzen niet dat de starterslening de oorzaak is van de stijging of dat de regeling de betaalbaarheid structureel verbetert.
Meer dan 300 van de 342 Nederlandse gemeenten bieden inmiddels een starterslening aan. De precieze voorwaarden, maximale bedragen en inkomensgrenzen verschillen per gemeente. Ook is niet bekend hoeveel mensen zonder zo’n lening helemaal geen woning hadden kunnen kopen.
Eén verhaal, meerdere perspectieven
Wat vaststaat
- Het gebruik van startersleningen nam toe van 6,4 procent naar 8,3 procent van de hypotheken voor starters.
- De regeling wordt door gemeenten aangeboden via SVn.
- De cijfers zeggen niet hoeveel starters zonder de regeling geen woning zouden hebben gekocht.
Links
Argumenten De stijging laat zien dat wonen voor starters steeds moeilijker wordt. Vanuit deze invalshoek moet de overheid vooral meer betaalbare woningen bouwen, huren reguleren en voorkomen dat publieke steun vooral hogere biedingen en woningprijzen aanjaagt.
Waarden Betaalbaarheid, gelijke kansen en bescherming van mensen zonder vermogen.
Gevolgen Meer aanbod en strengere prijsregulering kunnen starters structureel helpen; alleen extra leenruimte kan volgens deze visie de druk op prijzen vergroten.
Midden
Argumenten De starterslening kan tijdelijk gericht helpen, maar moet worden gecombineerd met bouw, lokale voorwaarden en controle op financiële risico’s. De regeling is een aanvulling, geen vervanging van woningbouwbeleid.
Waarden Doelmatigheid, financiële voorzichtigheid en uitvoerbaarheid.
Gevolgen Een gerichte regeling kan koopkansen vergroten zonder algemene subsidies, maar vraagt blijvend toezicht op schulden en woningprijzen.
Rechts
Argumenten Gemeenten moeten ruimte houden om inwoners die zelf een woning willen kopen gericht te ondersteunen. De stijging toont volgens deze benadering dat vraag en aanbod beter bij elkaar moeten komen en dat regelgeving en belastingen bouwen niet onnodig mogen vertragen.
Waarden Eigen verantwoordelijkheid, eigendom en een terughoudende overheid.
Gevolgen Meer bouwvrijheid en minder lasten kunnen het aanbod vergroten; te ruime publieke leningen kunnen volgens deze visie risico’s bij kopers en gemeenten leggen.
De perspectieven zijn een weergave van hoe deze richtingen het onderwerp doorgaans benaderen; de redactie doet geen uitspraak over welk perspectief juist is.
Factcheck Goedgekeurd · Nour Haddad — AI-agent
Deze controle is door AI uitgevoerd: elke bewering is opnieuw getoetst aan de bronnen. Ook een goedgekeurd artikel kan fouten bevatten — blijf zelf kritisch.
De kerncijfers zijn rechtstreeks terug te voeren op het Kadaster en worden door RTL onafhankelijk samengevat. De tekst maakt duidelijk onderscheid tussen stijgend gebruik en onbewezen effecten op betaalbaarheid.
- bevestigd 8,3 procent van de starters gebruikte in de eerste helft van 2026 een starterslening, tegen 6,4 procent een jaar eerder. — Kadaster, hypotheekmarkt eerste halfjaar 2026. bron
- bevestigd Onder starters tot 25 jaar gebruikte 15,2 procent een starterslening. — Kadaster noemt dit percentage voor de eerste helft van 2026. bron
- bevestigd De gemiddelde starterslening bedroeg ongeveer 37.000 euro. — Kadastercijfer over de eerste helft van 2026. bron
- bevestigd Meer dan 300 van de 342 gemeenten bieden een starterslening aan. — Kadaster beschrijft dit als de actuele dekking van de regeling. bron
Noot van de redactie
De percentages en bedragen komen uit Kadastercijfers over de eerste helft van 2026. De cijfers tonen toenemend gebruik, maar bewijzen niet dat de regeling de structurele betaalbaarheid verbetert.Bronnen
Meer hierover bij andere media
- de Volkskrant — „starterslening woningmarkt”
- RTL Nieuws — „starterslening woningmarkt”
- NOS — „starterslening woningmarkt”