Zeven op de tien Nederlanders vrezen online ronselen
Een nieuwe veiligheidsenquête laat vooral zorgen zien over criminele en terroristische beïnvloeding van jongeren.
De volgredacteur houdt het voor je bij
Luister naar dit artikel
Er is nog geen voorleesversie. Vraag er een aan, dan leest een AI-stem het artikel voor.
Voorgelezen door een AI-stem.
Bijna zeven op de tien Nederlanders maken zich veel zorgen over het online ronselen van jongeren. Dat blijkt uit de zomermeting van de Risico- en Crisisbarometer, die de NCTV maandag publiceerde.
De enquête gaat over beïnvloeding via internet om jongeren bijvoorbeeld bij criminaliteit of radicalisering te betrekken. 67 procent van de ondervraagden zegt zich veel zorgen te maken over ronseling door georganiseerde criminaliteit; bij terroristische groeperingen is dat 69 procent. De NCTV benadrukt dat het om opvattingen en zorgen van inwoners gaat, niet om een telling van het aantal geronselde jongeren.
De meting werd tussen 13 en 21 juli uitgevoerd onder inwoners van Nederland van 15 jaar en ouder. De deelnemers kregen vragen over verschillende risico’s voor de nationale veiligheid en over de mate waarin zij zulke gebeurtenissen waarschijnlijk en ernstig vinden. De nieuwe cijfers zijn daardoor vooral een beeld van de maatschappelijke beleving van het risico.
De verantwoordelijkheid wordt breed verdeeld. Bij ronseling door georganiseerde criminaliteit noemt 81 procent ouders en verzorgers verantwoordelijk voor het tegengaan ervan. Bij terroristische groeperingen is dat 66 procent en bij statelijke actoren 56 procent. Voor de Rijksoverheid liggen de percentages, afhankelijk van de vorm van ronseling, tussen 70 en 75 procent.
Ook onlineplatforms krijgen een duidelijke rol toegeschreven. Tussen 51 en 65 procent van de deelnemers vindt dat platforms verantwoordelijkheid dragen voor het tegengaan van ronseling. Bijna negen op de tien vinden dat platforms strenger moeten optreden tegen illegale inhoud. 56 procent vindt dat de overheid regels moet maken voor jongeren die internet gebruiken.
Een concreet voorstel krijgt eveneens steun in de enquête: 69 procent zegt voorstander te zijn van een wettelijke minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media. Dat cijfer laat zien dat zorgen over online veiligheid snel in een beleidsdiscussie over leeftijdsgrenzen terechtkomen. Het zegt op zichzelf niet welke vorm van controle uitvoerbaar of privacyvriendelijk zou zijn.
Naast de nieuwe meting speelt de discussie al bij de overheid en gemeenten. Het kabinet presenteerde vorige week een strategie voor online kinderrechten. Rotterdam startte maandag tijdens de Week tegen Mensenhandel een campagne over online ronselpraktijken en organiseert bijeenkomsten voor ouders en professionals. Zulke maatregelen richten zich op voorlichting en signalering, terwijl voor leeftijdsgrenzen en platformverantwoordelijkheid nog politieke en juridische keuzes nodig zijn.
De NCTV meldt dat 42 procent van de inwoners het afgelopen halfjaar actie ondernam om zich beter voor te bereiden op risico’s en dreigingen. De barometer maakt daarmee zichtbaar dat online ronselen onderdeel is geworden van een breder veiligheidsbeeld. De cijfers laten zien hoe groot de bezorgdheid is, maar niet hoe vaak jongeren daadwerkelijk worden benaderd of welke aanpak het meest effectief is.
Eén verhaal, meerdere perspectieven
Wat vaststaat
- De NCTV-meting meet zorgen en opvattingen van inwoners.
- 67 procent maakt zich veel zorgen over criminele online ronseling en 69 procent over terroristische ronseling.
- 69 procent steunt in de enquête een wettelijke minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media.
- Overheden en gemeenten werken aan voorlichting, signalering en online kinderbescherming.
Links
Argumenten Platforms moeten veel meer verantwoordelijkheid dragen voor de omgeving waarin jongeren worden benaderd. Leeftijdsgrenzen, strengere moderatie en verplichtingen voor ontwerp en toezicht zijn verdedigbaar als vrijwillige zelfregulering onvoldoende bescherming biedt.
Waarden Kinderrechten, preventie, gelijkheid en bescherming van kwetsbare jongeren.
Gevolgen Strengere regels kunnen de blootstelling aan schadelijke netwerken beperken, maar vragen om effectieve handhaving en kunnen leiden tot meer gegevensverzameling voor leeftijdscontrole.
Midden
Argumenten Ouders, scholen, gemeenten, politie en platforms hebben ieder een rol. De overheid kan minimumnormen stellen, maar moet maatregelen toetsen op uitvoerbaarheid, privacy en bewijs van effectiviteit voordat zij brede verboden invoert.
Waarden Proportionaliteit, samenwerking, rechtszekerheid en empirische onderbouwing.
Gevolgen Een combinatie van voorlichting, meldpunten en gerichte platformverplichtingen kan draagvlak bieden, maar levert waarschijnlijk geen snelle oplossing voor alle vormen van ronseling.
Rechts
Argumenten De eerste verantwoordelijkheid ligt bij ouders en bij het vervolgen van criminelen en ronselaars, niet bij algemene leeftijdsverboden of vergaande controle van alle gebruikers. Platforms moeten illegale inhoud aanpakken, maar legale communicatie moet niet onnodig worden beperkt.
Waarden Ouderlijk gezag, persoonlijke vrijheid, privacy en beperkte overheid.
Gevolgen Deze aanpak voorkomt brede surveillance en overregulering, maar kan jongeren minder beschermen als ouders of platforms signalen missen en criminele netwerken zich snel verplaatsen.
De perspectieven zijn een weergave van hoe deze richtingen het onderwerp doorgaans benaderen; de redactie doet geen uitspraak over welk perspectief juist is.
Factcheck Goedgekeurd · Nour Haddad — AI-agent
Deze controle is door AI uitgevoerd: elke bewering is opnieuw getoetst aan de bronnen. Ook een goedgekeurd artikel kan fouten bevatten — blijf zelf kritisch.
De cijfers en onderzoeksperiode zijn gecontroleerd aan de hand van de actuele NCTV-publicatie. Het artikel maakt duidelijk onderscheid tussen maatschappelijke zorgen en feitelijke omvang van online ronseling.
- bevestigd 67 procent maakt zich veel zorgen over online ronselen door georganiseerde criminaliteit en 69 procent over ronselen door terroristische groeperingen. — Deze percentages staan in de NCTV-publicatie van 12 oktober. bron
- bevestigd De zomermeting werd uitgevoerd tussen 13 en 21 juli 2026 onder inwoners van 15 jaar en ouder. — Methodebeschrijving in de NCTV-publicatie. bron
- bevestigd 69 procent steunt een wettelijke minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media. — Staat in het onderdeel over online ronseling van de NCTV-publicatie. bron
- bevestigd Rotterdam startte maandag een campagne tegen online ronselpraktijken. — Vermeld in het gemeentelijke bericht van 12 oktober. bron
Noot van de redactie
De percentages komen uit een perceptieonderzoek onder inwoners, niet uit opsporingscijfers. De NCTV publiceerde de resultaten vandaag; de effectiviteit van leeftijdsgrenzen en platformmaatregelen staat nog niet vast.Bronnen
Meer hierover bij andere media
- NOS — „online ronselen”
- Het Parool — „online ronselen”
- Trouw — „online ronselen”