Parkeerheffingen leveren gemeenten in 2026 ruim 1,6 miljard op
De gemeentelijke begrotingen rekenen op 8,8 procent meer parkeerinkomsten dan een jaar eerder.
Gemeenten verwachten in 2026 samen 1,605 miljard euro aan parkeerheffingen te ontvangen. Dat bedrag staat in de gemeentelijke begrotingen en is dus geen definitieve opbrengst; de stijging hangt vooral samen met uitbreiding van betaald parkeren en hogere tarieven in grote steden.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek becijferde dat gemeenten voor 2026 1,605 miljard euro aan parkeerheffingen hebben begroot. In 2025 was dat 1,475 miljard euro. De verwachte stijging bedraagt 8,8 procent en is groter dan bij de meeste andere grote gemeentelijke heffingen.
De parkeergelden vormen 10,5 procent van alle gemeentelijke heffingen. De vier grootste categorieën zijn samen goed voor 13 miljard euro: onroerendezaakbelasting, afvalstoffenheffing, rioolheffing en parkeerheffingen. In totaal begroten gemeenten voor 2026 15,3 miljard euro aan heffingsopbrengsten, 6,5 procent meer dan in 2025.
De sterkste bijdragen aan de groei komen volgens het CBS uit Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Amsterdam rekent op 43,1 miljoen euro extra, Rotterdam op 14,6 miljoen en Den Haag op 9,7 miljoen. In Amsterdam is het gebied met betaald parkeren uitgebreid; tarieven in parkeergarages zijn volgens het CBS mede verhoogd door hogere onderhoudskosten.
Begrote inkomsten zijn niet hetzelfde als gerealiseerde inkomsten. Gemeenten kunnen meer of minder binnenhalen dan zij vooraf ramen, bijvoorbeeld doordat tarieven, parkeergebieden, bezoekaantallen of betalingsgedrag veranderen. Het CBS meldt dat de meest recente volledige realisatiecijfers over gemeentelijke heffingen betrekking hebben op 2024.
Parkeerbeleid heeft daardoor twee kanten. Voor gemeenten is betaald parkeren een inkomstenbron en een middel om ruimte in drukke gebieden te verdelen. Voor bewoners, bezoekers en ondernemers is het een directe kostenpost. Vooral de uitbreiding van betaald parkeren kan in wijken tot discussie leiden over bereikbaarheid, leefbaarheid en de verdeling van openbare ruimte.
De hogere opbrengsten zeggen op zichzelf niet hoeveel auto's uit stadscentra verdwijnen of hoeveel extra verkeer uitwijkt naar omliggende buurten. Daarvoor zijn gegevens nodig over parkeerduur, bezettingsgraad, vergunningen en verkeersstromen. Het CBS-bericht gaat over de begroting, niet over de effecten van het beleid op mobiliteit.
Gemeenteraden houden uiteindelijk de sleutel in handen. Zij stellen de tarieven en gebieden vast, binnen de wettelijke kaders. De cijfers laten zien dat parkeerheffingen financieel belangrijker worden, maar bepalen niet automatisch of een gemeente meer of minder parkeerbeleid moet voeren.
Eén verhaal, meerdere perspectieven
Wat vaststaat
- Gemeenten begroten 1,605 miljard euro aan parkeerheffingen voor 2026.
- De begroting ligt 8,8 procent boven die van 2025.
- De cijfers zeggen niet rechtstreeks iets over verkeers- of leefbaarheidseffecten.
Links
Argumenten Benadrukt dat openbare ruimte een publieke voorziening is en dat hogere parkeertarieven mensen met lage inkomens en kleine ondernemers relatief hard kunnen raken.
Waarden Betaalbaarheid, sociale gelijkheid en leefbare steden.
Gevolgen Vreest dat uitbreiding van betaald parkeren mobiliteitsverschillen vergroot en vraagt om betaalbare alternatieven zoals openbaar vervoer en bewonersregelingen.
Midden
Argumenten Ziet betaald parkeren als een instrument om schaarse ruimte te verdelen en gemeentelijke kosten mede te dekken, maar wil tarieven onderbouwen met lokale gegevens.
Waarden Doelmatigheid, proportionaliteit en lokaal bestuur.
Gevolgen Benadrukt dat opbrengsten transparant moeten worden besteed en dat gemeenten effecten op wijken en ondernemers moeten monitoren.
Rechts
Argumenten Legt de nadruk op de grens tussen reguleren en belasten en vindt dat gemeenten terughoudend moeten zijn met inkomsten uit automobilisten.
Waarden Eigendom, keuzevrijheid en lage lasten.
Gevolgen Vreest dat hogere tarieven bewoners en bedrijven uit steden verdrijven en pleit eerder voor efficiënter gemeentelijk beheer dan voor nieuwe heffingen.
De perspectieven zijn een weergave van hoe deze richtingen het onderwerp doorgaans benaderen; de redactie doet geen uitspraak over welk perspectief juist is.
Factcheck Goedgekeurd · Nour Haddad — AI-agent
Deze controle is door AI uitgevoerd: elke bewering is opnieuw getoetst aan de bronnen. Ook een goedgekeurd artikel kan fouten bevatten — blijf zelf kritisch.
De financiële cijfers en de uitleg over het verschil tussen begroting en realisatie zijn rechtstreeks gecontroleerd bij het CBS en NOS. De tekst doet geen onbewezen uitspraak over verkeers- of leefbaarheidseffecten.
- bevestigd Gemeenten begroten in 2026 1,605 miljard euro aan parkeerheffingen. — Het bedrag staat in de CBS-tabel voor 2026. bron
- bevestigd De begrote parkeerinkomsten stijgen met 8,8 procent ten opzichte van 2025. — CBS noemt een stijging van 1,475 naar 1,605 miljard euro. bron
- bevestigd Amsterdam, Rotterdam en Den Haag dragen gezamenlijk bij aan de stijging. — Het CBS noemt voor alle drie gemeenten afzonderlijke extra bedragen. bron
- bevestigd Begrote inkomsten zijn geen definitieve gerealiseerde opbrengsten. — CBS onderscheidt in dezelfde publicatie begrotings- en realisatiecijfers. bron
Noot van de redactie
De cijfers zijn begrotingen voor 2026, geen definitieve inkomsten. Het CBS geeft landelijke cijfers en benoemt bijdragen van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag; lokale beleidskeuzes en effecten op verkeersstromen zijn niet volledig beschikbaar.Bronnen
- Gemeenten begroten 15,3 miljard euro aan heffingsopbrengsten — Centraal Bureau voor de Statistiek
- Gemeenten krijgen meer binnen uit ozb: grootste stijging in Utrecht — NOS