Gemiddelde omvang van dierenpopulaties daalt met 73 procent
Een nieuw WWF-rapport signaleert wereldwijd grote achteruitgang, maar ook herstel bij soorten waarvoor langdurige bescherming werkt.
De volgredacteur houdt het voor je bij
De gemiddelde omvang van gemonitorde populaties van wilde gewervelde dieren is tussen 1970 en 2022 met 73 procent afgenomen. Volgens het Living Planet Report 2026 is ongeveer de helft van de onderzochte populaties stabiel of groeiend, waaruit volgens de makers blijkt dat natuurherstel mogelijk is.
Het rapport van WWF, opgesteld met gegevens van de Zoological Society of London (ZSL), volgt populaties van zoogdieren, vogels, vissen, reptielen en amfibieën. De Living Planet Index meet de gemiddelde verandering in de omvang van die populaties; het cijfer betekent niet dat 73 procent van alle wilde dieren is verdwenen, en ook niet dat elke onderzochte populatie achteruitgaat.
De nieuwe editie bevat 35.803 populatietrends van 5.790 gewervelde diersoorten. De sterkste gemiddelde daling vond volgens het rapport plaats in zoetwatergebieden, met 85 procent. Voor populaties op land noemt het rapport een afname van 69 procent en voor zeegebieden 59 procent.
De regionale verschillen zijn groot. Latijns-Amerika en het Caribisch gebied laten de zwaarste achteruitgang zien. WWF wijst vooral op verlies en aantasting van leefgebieden, overexploitatie, klimaatverandering, vervuiling, invasieve soorten en ziekten als bedreigingen voor de onderzochte populaties.
Tegelijkertijd noemt het rapport voorbeelden van soorten die zich herstellen. Het aantal wilde tijgers groeide volgens WWF van ongeveer 3.200 in 2010 naar circa 5.700 rond 2025. Ook populaties van savanneolifanten in delen van zuidelijk Afrika en van groene zeeschildpadden laten herstel zien na langdurige beschermingsprogramma’s.
In Nederland noemt WWF de otter als voorbeeld. Door vervuild water, jacht en versnippering van leefgebieden was de soort in 1988 in het wild verdwenen; volgens het fonds leven er nu weer ongeveer 450 tot 500 otters in het land. Dat herstel zegt niets over de toestand van de Nederlandse natuur als geheel, maar illustreert wel dat gerichte maatregelen effect kunnen hebben.
WWF wijt natuurverlies niet alleen aan afzonderlijke projecten of soorten, maar ook aan de manier waarop energie, voedsel en geld wereldwijd worden geproduceerd en ingezet. De organisatie pleit daarom voor veranderingen in die systemen. Dat is een beleidskeuze en geen afzonderlijke meting uit de index.
De cijfers hebben bovendien vertraging: de wereldwijde index loopt tot 2022. Het rapport beschrijft daarmee niet de actuele stand van elke soort, maar een langjarige trend in populaties waarvoor voldoende meetgegevens beschikbaar zijn. De hoofdboodschap is daardoor dubbel: de achteruitgang is groot en breed zichtbaar, maar herstel is aantoonbaar wanneer bescherming lang genoeg wordt volgehouden.
Eén verhaal, meerdere perspectieven
Wat vaststaat
- Het Living Planet Report 2026 rapporteert gemiddeld 73 procent achteruitgang tussen 1970 en 2022 in de gemonitorde populaties van gewervelde dieren.
- De index is een gemiddelde van geselecteerde populatietrends en meet niet hoeveel dieren er wereldwijd in totaal zijn.
- Ongeveer de helft van de gevolgde populaties is stabiel of neemt toe.
- Bescherming en beheer hebben bij verschillende soorten tot herstel geleid.
Links
Argumenten De achteruitgang vraagt om bindende grenzen aan vervuiling, ontbossing, overbevissing en uitstoot, gecombineerd met publieke investeringen in natuurherstel. Kosten en verantwoordelijkheid moeten vooral liggen bij sectoren die het meeste natuurverlies veroorzaken.
Waarden Ecologische grenzen, sociale rechtvaardigheid en bescherming van gemeenschappen die het sterkst afhankelijk zijn van natuur.
Gevolgen Sneller en grootschaliger herstel kan natuurverlies beperken, maar strengere regels kunnen op korte termijn productie, energie en grondgebruik duurder maken.
Midden
Argumenten De institutionele aanpak is een combinatie van meetbare doelen, gerichte bescherming en geleidelijke aanpassing van landbouw, energie en financiering. Beleid moet worden geëvalueerd en bijgesteld wanneer gegevens of lokale omstandigheden veranderen.
Waarden Effectiviteit, uitvoerbaarheid, internationale samenwerking en een evenwicht tussen natuur, economie en bestaanszekerheid.
Gevolgen Deze koers kan draagvlak en continuïteit vergroten, maar het risico bestaat dat maatregelen te langzaam gaan voor ecosystemen die al onder zware druk staan.
Rechts
Argumenten Natuurherstel werkt het best wanneer lokale gemeenschappen, landeigenaren en bedrijven ruimte krijgen om oplossingen te kiezen. Innovatie, eigendomsrechten, vrijwillige samenwerking en marktprikkels kunnen volgens deze invalshoek effectiever zijn dan brede centrale verboden.
Waarden Individuele verantwoordelijkheid, ondernemerschap, lokale zeggenschap en terughoudend overheidsingrijpen.
Gevolgen Maatwerk kan kosten beperken en praktische oplossingen versnellen, maar zonder harde ondergrenzen kunnen economische belangen kwetsbare natuur blijven verdringen.
De perspectieven zijn een weergave van hoe deze richtingen het onderwerp doorgaans benaderen; de redactie doet geen uitspraak over welk perspectief juist is.
Factcheck Goedgekeurd · Nour Haddad — AI-agent
Deze controle is door AI uitgevoerd: elke bewering is opnieuw getoetst aan de bronnen. Ook een goedgekeurd artikel kan fouten bevatten — blijf zelf kritisch.
De kerncijfers en de uitleg van de index zijn rechtstreeks gecontroleerd aan de hand van de WWF-samenvatting en een onafhankelijke EFE-publicatie. De tekst maakt duidelijk onderscheid tussen gemonitorde populatietrends en alle wilde dieren en presenteert beleidsduiding als standpunt van WWF.
- bevestigd De gemiddelde omvang van gemonitorde populaties wilde gewervelde dieren nam tussen 1970 en 2022 met 73 procent af. — Staat in de Nederlandse samenvatting van het Living Planet Report 2026. bron
- bevestigd De index meet populaties van zoogdieren, vogels, vissen, reptielen en amfibieën en is een gemiddelde, geen telling van alle dieren. — De WWF-samenvatting beschrijft de samenstelling en reikwijdte van de Living Planet Index. bron
- bevestigd Het rapport analyseerde 35.803 populatietrends van 5.790 gewervelde soorten. — Dit aantal wordt gemeld door EFE in ABC Color bij de bespreking van het rapport. bron
- bevestigd Ongeveer de helft van de gemonitorde populaties is stabiel of neemt toe. — Genoemd in de WWF-samenvatting en op de Nederlandse rapportpagina. bron
- bevestigd De gemiddelde daling bedraagt 85 procent voor zoetwaterpopulaties, 69 procent voor landpopulaties en 59 procent voor zeepopulaties. — Deze uitsplitsing staat in de EFE-weergave van het rapport. bron
- bevestigd Het aantal wilde tijgers steeg volgens WWF van ongeveer 3.200 in 2010 naar circa 5.700 rond 2025. — De cijfers staan in de Nederlandse WWF-samenvatting. bron
- bevestigd WWF noemt veranderingen in energie-, voedsel- en financiële systemen noodzakelijk om natuurverlies aan te pakken. — Dit is de beleidsduiding en conclusie van WWF in de rapport-samenvatting, niet een zelfstandige meting. bron
Noot van de redactie
Zeker zijn de indexcijfers, de onderzochte populaties en de genoemde herstelvoorbeelden volgens WWF en de door EFE geraadpleegde rapportgegevens. Onzeker blijft de toestand van soorten waarvoor weinig wordt gemeten; de index gaat bovendien tot 2022 en is geen telling van alle wilde dieren.Bronnen
- Living Planet Report 2026 – Nederlandse samenvatting — Wereld Natuur Fonds Nederland
- Living Planet Report 2026 — Wereld Natuur Fonds Nederland
- El tamaño medio de las poblaciones mundiales de vida silvestre disminuyó un 73% en 52 años — ABC Color / EFE