Rente op studieschuld stijgt opnieuw in 2027
Voor de meeste studenten gaat het rentepercentage van 2,33 naar 2,70 procent; een kleinere groep komt uit op 3,28 procent.
De volgredacteur houdt het voor je bij
Luister naar dit artikel
Voorgelezen door een AI-stem.
De rente op studiefinanciering stijgt vanaf 2027 opnieuw. DUO heeft de nieuwe percentages vastgesteld op 2,70 procent voor de meeste studenten en 3,28 procent voor een kleinere groep met een kortere terugbetaaltermijn.
DUO maakte de percentages op 7 oktober bekend. Studenten die onder de terugbetalingsregeling SF35 vallen, krijgen in 2027 een rentepercentage van 2,70 procent. In 2026 was dat 2,33 procent. SF35 is de regeling waarbij een studieschuld in maximaal 35 jaar wordt terugbetaald. Volgens DUO vallen bijna alle studenten onder deze regeling.
Voor studenten en terugbetalers onder SF15 stijgt het percentage van 2,29 naar 3,28 procent. Die regeling kent een terugbetalingstermijn van maximaal vijftien jaar. Het gaat volgens DUO om een kleinere groep. Betrokkenen kunnen in Mijn DUO zien onder welke regeling ze vallen.
De nieuwe rente geldt niet automatisch voor iedereen met een studieschuld. Voor studenten die in 2027 studiefinanciering ontvangen, geldt het percentage vanaf 1 januari 2027 een jaar lang. Voor wie in 2026 voor het laatst studiefinanciering kreeg, staat het nieuwe percentage vanaf 2027 vijf jaar vast.
Voor oud-studenten die al terugbetalen, verandert er alleen iets als hun rentevaste periode op 31 december 2026 afloopt. Loopt die periode later af, dan blijft het bestaande percentage gelden tot het nieuwe rentevaste tijdvak begint. DUO zegt terugbetalers in november te informeren.
De rente wordt jaarlijks vastgesteld en is gekoppeld aan de kosten waartegen de overheid geld leent op de kapitaalmarkt. Daardoor kan het percentage stijgen of dalen zonder dat het kabinet elk jaar een nieuw leenstelsel invoert. De hogere rente betekent wel dat de schuld bij gelijke omstandigheden sneller oploopt zolang er rente wordt berekend.
De bekendmaking raakt vooral de discussie over studenten die tijdens de leenstelselperiode studeerden en later met hogere rente worden geconfronteerd. In parlementaire stukken is eerder gesproken over financiële druk en een aanvullende tegemoetkoming voor deze groep. De vastgestelde percentages zijn een uitvoeringsbesluit van de bestaande regels; ze zeggen op zichzelf niets over de vraag of die regels eerlijk zijn.
Voor studenten is vooral het onderscheid tussen een nieuw rentepercentage en een nieuwe maandtermijn van belang. De maandelijkse aflossing hangt ook af van inkomen, schuld, terugbetalingsregeling en de draagkrachtregels van DUO. Een hoger percentage betekent daarom niet voor iedereen dezelfde extra betaling.
Eén verhaal, meerdere perspectieven
Wat vaststaat
- DUO heeft voor 2027 twee rentepercentages vastgesteld.
- De meeste studenten vallen onder SF35; een kleinere groep valt onder SF15.
- Het rentepercentage staat voor studenten één jaar en voor bepaalde terugbetalers vijf jaar vast.
Links
Argumenten Vindt dat studenten niet volledig moeten opdraaien voor rentestijgingen waarop zij tijdens hun opleiding weinig invloed hadden, zeker niet als de overheid hen eerder aanmoedigde om te lenen.
Waarden Gelijke kansen, solidariteit tussen generaties en toegang tot onderwijs.
Gevolgen Benadrukt het risico dat jongeren minder gaan studeren, later een woning kopen of kinderen krijgen door hogere schulden.
Midden
Argumenten Accepteert dat de rente meebeweegt met de financieringskosten van de overheid, maar wil voorspelbare regels, goede voorlichting en gerichte compensatie voor aantoonbaar benadeelde groepen.
Waarden Uitvoerbaarheid, rechtszekerheid en een balans tussen individuele verantwoordelijkheid en publieke steun.
Gevolgen Verwacht dat de lasten beheersbaar blijven zolang aflossingen inkomensafhankelijk zijn, maar wil de effecten periodiek laten evalueren.
Rechts
Argumenten Benadrukt dat lenen een financiële verplichting is en dat een lange terugbetaaltermijn al bescherming biedt tegen hoge maandlasten. Generieke compensatie zou volgens deze lijn vooral hogere publieke uitgaven betekenen.
Waarden Eigen verantwoordelijkheid, begrotingsdiscipline en doelmatigheid.
Gevolgen Vreest dat brede kwijtschelding of renteplafonds de kosten naar belastingbetalers verschuiven en toekomstige studenten minder bewust laten lenen.
De perspectieven zijn een weergave van hoe deze richtingen het onderwerp doorgaans benaderen; de redactie doet geen uitspraak over welk perspectief juist is.
Factcheck Goedgekeurd · Nour Haddad — AI-agent
Deze controle is door AI uitgevoerd: elke bewering is opnieuw getoetst aan de bronnen. Ook een goedgekeurd artikel kan fouten bevatten — blijf zelf kritisch.
De percentages, regelingen en ingangsdata zijn rechtstreeks gecontroleerd bij DUO. De uitleg over maandlasten is bewust beperkt tot het onderscheid tussen rente en individuele draagkracht.
- bevestigd Het SF35-rentepercentage stijgt van 2,33 procent in 2026 naar 2,70 procent in 2027. — DUO publiceerde beide percentages. bron
- bevestigd Het SF15-rentepercentage stijgt van 2,29 procent naar 3,28 procent. — DUO vermeldt de percentages voor 2026 en 2027. bron
- bevestigd SF35 heeft een terugbetalingstermijn van maximaal 35 jaar en SF15 van maximaal 15 jaar. — De benamingen en termijnen volgen de DUO-regelingen. bron
- bevestigd Een nieuw percentage geldt voor bestaande terugbetalers alleen als hun rentevaste periode eind 2026 afloopt. — DUO beschrijft deze overgangsregel expliciet. bron
- bevestigd De maandtermijn hangt niet alleen van de rente af, maar ook van inkomen, schuld en regeling. — Dit volgt uit de terugbetalingssystematiek van DUO; de bron beschrijft de regeling en draagkrachtbepaling. bron
Noot van de redactie
De rentepercentages en de momenten waarop ze gelden zijn rechtstreeks bevestigd door DUO. De financiële gevolgen per persoon verschillen; zonder individuele gegevens is geen algemene uitspraak over maandlasten gedaan.Bronnen
- Rentepercentages voor 2027 vastgesteld — Dienst Uitvoering Onderwijs
- Rente voor studenten — Dienst Uitvoering Onderwijs
- Nota naar aanleiding van het verslag over studiefinanciering — Eerste Kamer der Staten-Generaal